
Een 3 en een 10 in hetzelfde team
Mijn allereerste 360 graden feedback kreeg ik heel lang geleden, helemaal aan het begin van mijn carrière. Van een hele afdeling. Degene die het met me doornam, zei vooraf iets wat ik nooit ben vergeten:
schrik er niet van als ze je lager scoren dan je jezelf scoort.
Jij hebt als het goed is een redelijk positief beeld van jezelf en van de wereld. Dat heb je hard nodig in een managementfunctie.
Diegene had gelijk, en er blijkt een naam voor te bestaan. Psychologen Shelley Taylor en Jonathon Brown noemden het in 1988 positieve illusies: gezonde mensen zien zichzelf net iets rooskleuriger dan anderen dat doen. Het houdt je op de been. Het verklaart ook waarom zelfbeoordelingen bijna altijd milder uitvallen.
Een grote meta-analyse over 128 onderzoeken liet zien dat mensen zichzelf gemiddeld hoger scoren dan hun leidinggevende dat doet, en dat de twee beelden maar matig overeenkomen.
Bij teams gebeurt precies hetzelfde. Alleen dan in de wij-vorm.
Ik doe al jaren teamscans. Het gemiddelde is meestal keurig. Tegenwoordig kijk ik vooral naar de spreiding. Een 3 en een 10 maken samen een 6,5, en die 6,5 bestaat in dat team bij niemand. Er zitten twee mensen aan dezelfde tafel die een totaal andere samenwerking meemaken.
Vraag ik door, dan hoor ik waar die 10 vandaan komt. We gaan op vrijdagmiddag samen een biertje drinken. We fietsen allebei. Het klikt gewoon. Heel fijn, alleen zegt het weinig over hoe je samen het werk doet. Onderzoek naar groepen maakt hetzelfde onderscheid. Prestaties hangen samen met hoe sterk mensen zich verbinden aan de gezamenlijke taak. Elkaar aardig vinden draagt daar nauwelijks aan bij.
Die 3 kan komen van iemand die dat biertje nooit drinkt. Of van iemand die het werk ziet liggen en er niks over zegt, want waarom zou je de sfeer verpesten als iedereen zo tevreden is? Irving Janis noemde dat de illusie van unanimiteit. Omdat niemand zijn twijfel uitspreekt, lijkt het alsof iedereen het eens is.
Daarom vind ik de spreiding interessanter dan het cijfer. Het laat zien dat er heel verschillend over gedacht wordt. Daar ligt het gesprek dat jullie nog niet gevoerd hebben.
Als een team zichzelf een 8 geeft, ben ik dus vooral benieuwd wie er een 5 gaf. Of die dat ook aan tafel zou zeggen.
Probeer het eens in je volgende overleg.
Leg iedereen één zin voor: Ik durf iedereen in dit team aan te spreken. Laat ze op een briefje, zonder naam, een cijfer van 1 tot 10 geven. Het gemiddelde mag je vergeten. Kijk naar het verschil tussen het hoogste en het laagste cijfer.
Stuur me die cijfers gerust. Dan vertel ik je wat ik erin zie.
Wie geeft in jouw team de laagste score, en weet je eigenlijk waarom?











